Tubahelden
. Weten wij wel wat een tuba is?

Pleonasme voor de zuivere bodemsappen

Mr van Bimbelberg-de Vries, 27 April, 2012 at 14:32, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Verzamelde werken 1924-2011

Archivering van de eerste twee perioden, toen we nog kleine knaapjes waren.

Bram Bram Bram Braam de Gelukkige
P1
P2

Da Da Daniël de Rots
P1 (1, 2, 3, 4)
P2 (1, 2, 3)

Zoon Sonny Zomerzon
P1 (1, 2, 3, 4)
P2 (1, 2, 3, 4)

Mr van Bimbelberg-de Vries, 16 April, 2012 at 13:16, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Joepie ik ben vader

Mr van Bimbelberg-de Vries, 29 March, 2012 at 20:53, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Van Dis in Berlijn (2/2)

In zijn nachtrust droomde Van Dis dat de kieren van zijn geest aan het splijten waren. Zijn hersenpan barstte open en er luidde een gong. Vervolgens trad er uit de duisternis een beest naar voren wiens hoofd evenveel weg had van een paard als van een schaap. Op de plek waar je bij de meeste dieren een mond kunt verwachten rees een grootse penis op die zowel hard als zacht was. Met zijn beperkte kennis van biologie stelde Van Dis vast dat het geen ordinaire penis betrof. Aan de randen van de schacht, daar waar het orgaan uit het gezicht rees, bevonden zich schaamlippen met een omvang die Van Dis versteld deed staan. En waar bij iedere andere penis een fraaie eikel het geslachtsdeel kroonde had dit beest een vagina op deze prominente plek. Van Dis begreep dat deze unieke penisvariant op de mond een ‘vagina-dop’ heette, al wist hij niet waar deze kennis vandaan kwam. Het was een aangename droom en Van Dis voelde zich op zijn gemak. De vagina-dop bungelde heen en weer als een ontroerde en beschonken bruid op de gelukkigste dag van haar leven, tot de ochtend viel.

Toen hij ontwaakte was Van Dis omringd door lijken. Vijf stoffelijke overschotten telde hij. Hij peinsde kortstondig over de herkomst van deze lichamen. Is dit mijn doen? Zo dacht hij bij zichzelf, om vervolgens de schouders op te halen en zijn morgen te hervatten.

Voor de verandering besloot Van Dis om zijn ontbijt te nuttigen in de Fernsehturm, beter bekend als de grootste penis van Duitsland. Van Dis bestreed deze koosnaam overigens, aangezien hij in de zomer van 1988 in Düsseldorf een vele malen grotere lul had ontmoet genaamd professor Sperna. Sperna runde een lucratieve winkel die voornamelijk in tweedehands vagina’s handelde en Van Dis had in een Düsseldorfse bruine kroeg opgevangen hoe professor Sperna aan al zijn tweedehandse ruilwaren kwam. Van Dis zat naast hem aan de bar toen Sperna aan het pochen was over zijn neus voor profitabele zaken. Hij vertelde hem hoe de Düsseldorfse maffia aftakkingen had in heel Europa die ‘s nachts bij hermafrodieten inbraken, de slaapkamer inslopen en de vagina’s kaapten. Vervolgens waste Sperna deze vagina’s wit en via enkele mazen in de wet mocht je ze dan verkopen, zolang er maar bij vermeld werd dat het tweedehands waren betrof. Van Dis was toen hij dit hoorde uit zijn slof geschoten en had met een woedende tirade getracht op Sperna geestelijk kort en klein te slaan. ‘Dat kun je toch niet maken!’ vloekte hij, ‘Wat als de hermafrodieten die vagina’s later zelf nog nodig hebben?’ Van Dis was altijd al jaloers geweest op hermafrodieten, omdat hij dolgraag zichzelf wel eens zou willen bevruchten. Sperna runt tot op de dag van vandaag zijn louche zaakje en Van Dis twijfelde er geen moment aan dat hij een grotere lul was dan de Fernsehturm.

Van Dis at een smakelijke hap in het topje van de berlijnse penis en zag in de schuim van zijn koffie Valerie, een bijna gepensioneerde hoer die Van Dis graag mocht, met haar kontje heen en weer schudden. Valerie hield nog opmerkelijk veel vocht vast voor haar leeftijd en iedere nacht die je met haar doorbracht was dan ook een speelse boel. Neuken. Nat. Anaal. Valerie. Van Dis had de boodschap begrepen en ging, na zijn ober Rudi een tip te geven, op weg naar de Neue Nationalgalerie.

Op weg naar zijn bestemming werd Van Dis aangesproken door een beeldschone jongedame die enkel in kliktalen converseerde. Ze wees driftig naar een papiertje dat ze in haar kleffe handen klampte en klikte een eind af. Van Dis begreep direct dat het om geld ging. Hij had in zijn jeugd eens een kliktalenstudie gevolgd. Alhoewel zijn kennis niet toereikend was om volledige zinnen te verstaan kon hij aan de hand van de klemtonen die de dame in haar geklik legde duidelijk het kliktaalse equivalent van ‘poen poen’ verstaan. Toen hij haar half verschrompelde papiertje las kreeg hij gelijk. Er werd geld ingezameld om doof-stomme mensen die zich enkel in kliktalen konden uiten te rehabiliteren. 30% van het ingezamelde geld zou naar de opleiding van doofstomme-geleide honden gaan die wél konden praten en luisteren. Van Dis begreep hier niets van. Het leek hem juist een zegening om klikkend en klakkend door het leven te huppelen. Hij greep naar zijn portemonnee om een symbolische 5 cent te doneren voor het goede doel. Tot zijn schrik ontdekte hij dat hij enkel over een biljet van 50 euro beschikte. Eenmaal zijn beurs getrokken hebbende was hij te laf om de smekende klikjes van de jongedame te negeren en hij overhandigde verslagen zijn ‘poen poen’. Hij ging even in foetushouding op de stoep liggen om daarna zijn pad richting de Neue Nationalgalerie te hervatten.

In het museum schuifelden vele Duitse mensenwezens langs vele kunstobjecten van gevarieerde herkomst. Van Dis was meer geïnteresseerd in de Duitse mensenwezens dan in de kunstobjecten. De bewoners van Duitsland. Wie zijn zij? Hoe leven zij? Wat denken zij? Hoe eten zij? Zo dacht Van Dis bij zichzelf. In een poging zichzelf in te leven besloot Van Dis om zichzelf moedwillig onder te kotsen. Hij vingerde zijn keeltje tot de maaginhoud uit het lichaam gestuwd werd en hij voelde zich direct al wat Duitser. De Duitse mensenwezens schuifelden om hem heen en zochten nu en dan verward naar een bijpassend hoofdstuk op hun audiocassette-rondleiding.

Toen hij het museum verliet ontdekte Van Dis een spoor van biertjes op de grond. Om die tien meter stond een borrel, die hij met plezier achterover werkte. Na 47 biertjes kwam deze spoortocht tot een einde en had Van Dis het doel, dat een jazzcafé bleek te zijn, bereikt. In de kelder van het café hing een gezellige sfeer. Er improviseerde een band, wiens leden apart genomen allemaal uitstekend als kunstobject in de Neue Nationalgalerie hadden kunnen fungeren. De pianist was duidelijk een impressionist met een hele grove toets. De trompettist streelde, likte en liefkoosde zijn instrument tussen solo’s door en de drummer had houten benen die hij bij ieder crescendo met veel overgave tegen zijn hoofd schopte.Van Dis had speciaal voor zo’n soort situatie een judoka-kwartet aangeschaft. Hij schudde de kaarten en begon met zichzelf te spelen. Nadat hij drie keer gewonnen en drie keer verloren had kwam er een stinkende Duitse rozenverkoper naast hem zitten die bonje met zijn vrouw had gekregen. Van Dis raadde hem aan om een bloemetje voor haar te kopen en vertrok kort hierna richting hotel.

Op weg huiswaarts kwam hij een affiche tegen voor een feestje getiteld ‘Jong + Wild’. Omdat hij zich jong en wild voelde besloot Van Dis om de affiche met een omvang van vier bij drie meten van de muur af te snokken en ter plekke op te eten. Het smaakte uitzonderlijk saai voor een ‘Jong + Wild’ affiche. De hotelkamer bleek eveneens in een uitzonderlijk saaie staat te verkeren. Alles was spik en span, alsof de lijken van de voorgaande ochtend er nooit geweest waren.

Van Dis droomde over Valerie die voorover bukte in de gezamenlijke doucheruimte en hem in haar donkere rookhol liet duiken. In het rookhol ontvouwden zich vele taferelen. Van Dis zag een praatgroep voor lelijke lesbiennes, hij zag hoe een schapenhoef het keeltje van een huilende baby doorboorde en hij zag een hoop japanners in tweedehands bontjassen rondlopen. Al met al vond hij dit maar een goedkope opsomming van indrukken. Hij was dan ook blij toen hij wakker werd, al werd de stemming iets bedrukt door de vijf lijken die wederom zijn hotelkamer versierden. Van Dis stootte zich geen tweede maal aan dezelfde steen en peinsde er niet eens over of dit zijn doen was.

Hij kleedde zich aan en stropte zijn favoriete varkens-stropdas om de nek. Hij had vele dierlijke dassen, vele dassen met varkens zelfs, maar dit was de absolute koning der stropdassen. Op deze das waren maar liefst vijf varkens afgebeeld in een kleurrijke variëteit aan verleidelijke poses. Het weerspiegelt de aard van de mens, zo dacht Van Dis, en daarom is het alleen maar redelijk dat de mensen die mij aanstaren met een reflectie van zichzelf worden geconfronteerd.

Toen hij zich bij het gezamenlijke ontbijt in de bar vervoegde zag hij een koninklijk paar dat klaarblijkelijk in het hotel logeerde op edele wijze appelsap drinken. Nel schuifelde op beleefde afstand om het koningskoppel heen. Ze nam zoveel mogelijk kiekjes met met haar Canon RC-701 en was haar half afgemaakte Zweedse kruiswoordpuzzel compleet vergeten. Het edele paar trok zich niets aan van Nel. Ze droegen beiden een rode koningsmantel met gouden zoom. Hun haar was grijs als as, net als hun gezichtsuitdrukkingen. De twee leken zo erg op elkaar dat het moeilijk was om de koning van de koningin te onderscheiden, al kwam Van Dis er bij nadere observatie achter dat de koningin iets kleiner en iets spraakzamer was. Af en toe kon je haar horen piepen ‘Dieser Apfelsaft ist verschmutzt. Verkäckt!’ en dan gooide ze haar drankje op de vloer. ‘Tötete den Täter. Tötet die verantwortlichen und dump ihre Leichen.’ piepte ze dan. Van Dis besloot om de rest van de dag het blauwe bloed te schaduwen. Hij was erg benieuwd of personen van adel ook poepen, net als mensen, en vastberaden om hier achter te komen.

Nadat het koppel genoeg appelsap in het bloed gepompt had volgde Van Dis hen naar een bushalte. Eenmaal in een bus gestapt begon de koningin uit volle borst Bob Dylans volledige repertoire te zingen. Die beste man heeft een omvangrijke discografie en Van Dis was dan ook blij dat het koninklijke paar uitstapte voordat de koningin Dylans kerstplaat ‘Christmas in the Heart’ bereikte.

De bestemming van het paar was de Alte Nationalgalerie. Hier schuifelden vele Duitse mensenwezens langs vele Duitse kunstobjecten. Er waren kunstobjecten uit het classicisme en de romantiek, maar er was eveneens een actuele tentoonstelling over de Baader Meinhof werken van Gerhard Richter. Bij de klassieke werken zaten kleine Duitse kinderwezens in kleermakerszit in een kringetje. Ze zongen saampjes een vrolijk liedje dat Van Dis niet kon verstaan. Het deuntje ging waarschijnlijk, gezien de kunstobjecten aan de muur, over hoe Lots dochters hem dronken voerden en omstebeurten zijn penis in bruikleen namen. Bij de Baader Meinhof tentoonstelling schuifelden zeer oude Duitse mensenwezens met enige moeite en de hulp van hun rollators langs de magnifieke kunstobjecten. Van Dis vond deze verdeling van Duitse mensenwezens maar een malle boel. Nieuwe kunst is voor nieuwe mensen en oude kunst is voor oude mensen, dacht hij.

Nu stond al zijn vergaarde kennis over de Duitse mensenwezens op losse schroeven en legde Van Dis zich er bedroefd bij neer: De bewoners van Duitsland. Wie zijn zij? Hoe leven zij? Wat denken zij? Hoe eten zij? Ik denk niet dat ik er ooit achter zal komen. Van Dis was tot zijn spijt gedurende deze openbaring het koningskoppel uit het oog verloren en had ze nog steeds niet zien poepen. Hij moest ook op dit punt zichzelf gewonnen geven. Zouden mensen van adel echt poepen? Ik denk niet dat ik er ooit achter zal komen.

Mr van Bimbelberg-de Vries, 25 March, 2012 at 16:45, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Van Dis in Berlijn (1/2)

‘Jullie zijn je verstand verloren!’ Riep de buschauffeur via de intercom. Het was een ravage. Van Dis had op aanraden van zijn financieel adviseur via sonnyzomerzon.nl goedkope tickets naar Berlijn op de kop getikt. De gewiekste opa’s en oma’s van het vaderland bleken over een soortgelijke gierigheid te beschikken en Van Dis bevond zich zodoende in een sandwich van oude kaas die naarmate de rit vorderde ging smelten en stinken in de airco-loze bus. Naast hem zat Henk, die aan een hormonenkuur was begonnen om zijn late-life crisis het hoofd te bieden. Henk was al vanaf de eerste kilometer aan het pogen om de aandacht te verkrijgen van Nel, de halfdove dorpsgek van Baarle-Nassau, die twaalf rijen voor hem zat. ‘Help, mijn nek is gebroken en ik braak bloed!’ schreeuwde Henk tevergeefs. ‘Er krioelen mieren in mijn spataderen!’ Wat hij ook probeerde, Nel had enkel oog voor haar sudoku en weigerde om te kijken. Aandacht trekken was van kinds af aan Henks grote troef geweest. Hij was dan ook zeer bedroefd dat zijn pogingen faliekant faalden.

De chemische bejaardenlucht die in de bus hing werd Van Dis teveel en hij braakte hevig. De chauffeur haakte hierop in door een anekdote om te roepen over zijn tante Veerle die eens door de douanebeheerder op de grens tussen Oost- en West-Duitsland in haar keeltje was gevingerd. ‘Sigaretten smokkelen was in die tijd best hip en die uniformen vonden Veerles keeltje verdacht dik’, aldus de bestuurder. De man verhaalde verder over hoe Veerles keeltje bij deze handeling barstte en hoe de douanebeheerder, onder het genot van een lucky strike, met een zwabber de bloederige gevolgen van dit tafereel tot zijn grenzen moest inperken. Bij deze beschrijving verloor Van Dis zijn bewustzijn.

Enkele uren later was de bus in Berlijn gearriveerd. Henk had Van Dis, die nog steeds in een lichte coma verkeerde, uit de bus moeten dragen en rechtstreeks naar de bar vervoerd. Daar aangekomen goot hij enkele biertjes in de bleke kop van Van Dis en al spoedig herrees deze uit zijn diepe slaap. Om verder te recupereren zoop Van Dis aan één stuk door, tot hij zijn lichaam voelde protesteren en naar de toiletten snelde. Onderweg begon hij luidkeels te wenen. Dit geween ging gestaag over in een klaaglijke gil totdat Van Dis, eenmaal bij de toiletten aangekomen, flauwviel bij het aanhoren van zijn eigen hysterie.

Toen Van Dis wakker werd was hij overgoten met braaksel, dat bij nadere beredenering enkel zijn eigen braaksel kon zijn. Deze ontwaking keerde zijn maag en hij braakte een rivier van braaksel over de reeds hard geworden plakken van braaksel waarmee hij besmeurd was. Het was onaangenaam, al vervulde het hem tevens met een pervers soort trots. Van Dis wist niet wat hij moest denken toen zijn blik opsteeg van het braaksel op zijn borst naar zijn directe omgeving. Hij bevond zich op een invalidentoilet alwaar een jongedame overduidelijk was dood-gepenetreerd met een rollator van het merk rollator erotica. ‘Is dit mijn doen?’ Peinsde Van Dis kortstondig, om vervolgens hevig te braken en zich naar de bar te spoedden.

In de bar draaide men keihard Japanse popmuziek en iedere stamgast leek per liedje een vrolijk dansje te hebben ingestudeerd. Van Dis zag Henk dansen. Hij zag Nel dansen. Zelfs de buschauffeur was van de partij en in diens gedachten danste zijn tante Veerle ongetwijfeld. En aangezien het keeltje van denkbeeldige Veerle over een indrukwekkende reikwijdte beschikte danse ook het keeltje van links naar rechts onder de kin langs. Van Dis voelde zich goed en sloeg in snelle successie 47 biertjes achterover. Naarmate hij dichter bij dit aantal kwam werd het alsmaar duidelijker dat de barbedienden anale mensen waren en toen de 47 absoluut bereikt was had Van Dis zichzelf ervan overtuigd dat er een gapend en stinkend anaal gat op hun hoofden zat, daar waar normaliter het gezicht zou moeten zitten. Dit deerde hem niets en hij spendeerde de verdere avond aan een zoektocht naar mensen met een grote, gapende doch aangenaam ruikende vagina waar hun gezicht normaliter zou moeten zitten.

Die nacht droomde hij over een beschonken Noor die hem toonde hoe men in Scandinavië thee tot zich nam. Hij stopte een minuscuul theezakje achter zijn bovenlip en spoot met een supersoaker keihard kokend water in zijn neus. ‘Cocaïnïen noemen we dat’ liet hij weten en hij volgde deze informatie op met een oude Noorse rituele dans, waarbij hij al zijn kleren niet nodig had. Hij scheurde ze van het lichaam en schraapte op een sierlijke wijze met zijn balzak over de vloer. Op paniekerige toon herhaalde hij bij deze dans alsmaar de zin ‘In mijn land is dit heel normá-haal!’ en uit zijn anus begon na enkele minuten de perfecte thee te sijpelen. Van Dis besloot aan de hand van deze droom om voortaan ‘s ochtends enkel nog koffie te drinken.

De volgende morgen ontwaakte Van Dis door zijn hoofd met een doffe klap tegen de realiteit aan te stoten. Van Dis was even uit balans en de realiteit evenzo. Van Dis deelde op aanraden van zijn financieel adviseur de kamer met Henk. Derhalve was het Henk die hem die morgen een hele goede morgen toewenste. Van Dis beantwoorde dit met een grom en fronste zijn gelaat. Hij had veel liever wakker geworden naast een spiernaakt sletje uit Letland, Estland of Litouwen. Hij had ooit eens ergens gehoord dat men in de Baltische Staten ontzettend veel van lepelcollecties hield en was vastberaden om deze triviale kennis toe te passen als ijsbreker, met als hoofddoel het bereiken van vaginale penetratie. Helaas, helaas. Geen Let, geen kut, enkel Henk. Van Dis greep naar een potlood op zijn nachtkastje en doorboorde met een voorbeeldige speerworp Henks rechter oor, in een korte opwelling van agressie. Goedgehumeurd vervoegde hij zich daarna bij het gezamenlijke ontbijt in de bar.

In zijn koffie zag hij de letters ‘db’ opduiken. Hij ervoer dit als een goddelijk teken en vroeg zich af wat de betekenis hiervan kon zijn. ‘Doorboren?’ In de verte zag hij Henk pijnlijk uitglijden in een plas appelsap. ‘De bar?’ Henk kermde en sputterde een rode substantie uit. ‘Help, mijn nek is gebroken en ik braak bloed!” hoorde Van Dis hem gillen. Nel huppelde langs Henk heen, haar hoofd verzonken in een kruiswoordpuzzel met een moeilijkheidsgraad van drie sterren. ‘Die Bahnhof!’ Aldus besloot Van Dis om naar de Hamburger Bahnhof te gaan en daar het plot verder te ontrafelen. Onderweg bewonderde hij nogmaals de lettercombinatie in zijn koffie. De B was altijd al zijn favoriete letter geweest, omdat de onderkast en de kapitaal elkaar zo goed aan wisten te vullen. ‘B’ is een veelal oneven verdeelde maar daardoor niet minder charmante set borsten en ‘b’ is een hierdoor opgewonden penis met instemmende balzak. De D daarentegen was een slappe imitatie. De ‘d’ is absoluut een fallisch wondertje. ‘D’ is echter een ontegenzeggelijk mormel, want zelfs in het land zonder borsten is de éénborstige niet koning of koningin.

In het Hamburger Bahnhof museum zag Van Dis vele Duitse mensenwezens rond vele Duitse kunstobjecten schuifelen en dacht hij bij zichzelf: De bewoners van Duitsland. Wie zijn zij? Hoe leven zij? Wat denken zij? Hoe eten zij? Om dichter bij de waarheid te komen trok Van Dis zijn broek naar beneden om een stomende drol op het hoofd van een suppoost te deponeren. Vervolgens nam Van Dis wat afstand om zijn meesterwerkje te bewonderen. Er begonnen direct hordes van Duitse mensenwezens rond de suppoost te schuifelen. De bezoekers stonden versteld van dit kunstobjectje. Ze hadden in heel Duitsland nog nooit zoiets schoons gezien. Een enkeling trachtte de drol aan te raken, maar voor zulke momenten was de suppoost alert en greep hij direct in. De suppoost en het excrement vulden op deze wijze elkaar perfect aan. Een stevige, opgewonden onderkast van een suppoost met een kapitale drol in zijn kruin.

Van Dis was content en verliet het museum om wat voedsel te scoren bij de Burger King ofwel sushipaleis Papa No ofwel lounge & restaurant Anus. Hij kon niet tot een besluit komen en liep daardoor simultaan naar alledrie de eettenten toe, hetgeen erop neerkwam dat hij geen van allen kon bereiken. Hij kon immers niet arriveren bij Papa No zonder de weg naar Anus en de Burger King in de steek te laten, en was op dat moment niet in staat om een knoop van dergelijke omvang door te hakken. Hij liep zeven dagen en zeven nachten naar iedere optie zonder er ooit één te bereiken, om vervolgens alle eerdere doelstellingen van tafel te gooien en te dineren bij pizzeria Zeus, wiens pizza’s recht uit de oudheid leken te komen.

In de daarop volgende avond las hij de roman ‘Homo’s die meisjes bevruchten’ van Dr. Afro Hoorn, over de 21-jarige Art die na de consumptie van anderhalf biertje in 1852 gans Limburg onderkotste. Iets wat de provincie nooit meer te boven is gekomen.

Op weg naar zijn hotelkamer passeerde Van Dis Henks spoedig wegrottende lijk en zag hij hoe de spataderen van zijn ex-kamergenoot ruimte hadden geboden voor de huisvesting van een kleine mierenkolonie.

Mr van Bimbelberg-de Vries, 24 March, 2012 at 11:51, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



I have a message from another time

Mr van Bimbelberg-de Vries, 13 March, 2012 at 22:05, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Gieren met Van Dis (deel 2)

Van Dis nam een slok van zijn markiezenbloed en kroop in haar huls. Binnen voelde hij zich veilig. De sappen kolkten om hem heen en zijn gedachten kolkten evenzo. De voorgaande avond had Van Dis een slaapverwekkend gesprek met de twaalf Heilige Ridders van Sumatra bijgewoond en in de nawëen van deze gebeurtenis moest hij alsmaar denken aan zijn moeder, Sofie, die volgens de dokter aan terminale penetratie van de ziel leed.
Zijn gelaat in de spiegel weerkaatste enkel een gelaat van perfectie. De penetratie leek binnen handbereik. Zijn krullerige haar strak naar achter getrokken. Hij hield ervan. Het gezeur leek hem te bemoedigen. Hij was toch een in zichzelf gekeerd mannetje.
Een mannetje was hij sowieso. Dit werd door de dokter vastgesteld toen hij kermend en kreunend moeder’s vagina uit kwam zetten. In zichzelf gekeerd werd hij pas na zijn ontmoeting met Jolige Bertha in de warme winter van 1927.
Hij smeet haar lichaam over de reling heen. Ze kermde het uit. Er spoot een vreemd soort sap uit haar kier. Hij zoog het op met zijn nogal uitgedroogde mond. Op hetzelfde moment sloeg iemand hem met een fors uitgevallen doodgeboren wezelfoetus in de nek. Hij brak. Zijn nek. Zijn ziel. Alles verdween in dat moment.
Jolige Bertha giechelde bij dit aanblik en frommelde weldra met beide handen in haar linker zak om haar GSM te bemachtigen. Ze had de HEERE GOD op speeddial en dit moment mocht zijne hoogheid niet missen. “Met mij. Van Dis heeft een wezelfoetus in zijn nek en zijn ziel is aan diggelen.” Ze kokhalsde. “Ja, echt waar!” Ze braakte hevig. “Nee mijn vagina is momenteel nog kurkdroog beste God. Maar ik zie U vanavond wel in mijn verse tosti verschijnen.”
Haar vagina, eenmaal ter discussie gesteld, smelt. Haar slipje rook naar braaksel. Haar oksels waren behaard en roken naar opgedroogde geitensperma. Ze stonk een uur in de winderige aanwezigheid van Gert. Gert was half verlamd en op zijn beurt rook hij naar een ontspannen chinees echtpaar wat elkaar op een broeierige zomeravond ondergescheten had. Korsten. Plak. Gert kwam hevig. Hij had zijn streken nog niet verleerd. Sterker nog, zijn broek zakte af en zijn penis werd afgehakt door een doodgeboren kalf stinkend naar een vies, goor, stervend bejaard omaatje dat zichzelf vingerend de keel doorsnijdend met mongolenstront insperend kapot likt, gelikt door drie mongolen. Het gebeurt.
Gert was door God zelf geschapen nadat hij de aarde als een totale mislukking had bestempeld. Gert daarentegen was een onmiskenbaar succes. Zijn charmes hadden zelfs Lucifer tot een staande ovatie gedwongen toen Gert vijftien uitgeklede bejaarden zo ver had gekregen om onder het mom van rehabilitatie een exacte replica van kinderke Jezus met hun loophulpen van het merk Rollator Erotica te onteren in groepsverband met de soundtrack van Terror Penis op de achtergrond. Gert was een echte babyliefhebber.
De baby was een exacte replica van een aan een anale bloeding te vroeg gestorven Moeder Theresa. Ze gedroeg zich keurig. Haar lipjes strak. Nooit zou een wezen haar betreden. Toch deed Gert het. Lucifer lachtte. De kern brak, net als de kleine heupjes van de baby Theresa. Gert was veel te fors. De zwelling. De rug. Het brak, zacht. Toen kwam de zucht en het besef.
Gert was geschapen als spiegelbeeld van Van Dis. De enige aanpassing die God had gemaakt was een tweede penis, gepositioneerd vlak onder de kruin. Van Dis had al jarenlang dagelijks om een tweede penis gebeden, maar in plaats van het gebed in te willigen had God een geheel nieuw wezen geschapen. De twee penissen van Gert waren voortdurend hard en zacht. Ze slingerden van de ene baby in de andere als een vrolijk bungelende kerstversiering. Bij het klaarkomen kwamen er grote brokken braaksel mee die iedere onfortuinlijke foetus vulden en vulden tot er een sierlijke explosie plaatsvond. Van Dis had deze eigenschap ook, maar Gerts grote troef bleef dat hij altijd een dubbele extase kon teweegbrengen.
Er was ook iets mis met zwangere vrouwen proberen te bevruchten. Gert hield van de mondjes. De foetus wist immers van niets. Zijn braaksel viel slecht. Het kind werd geboren met een misvorming: Het eeuwige pijpmondje. Het kind genaamd Bas sliep slecht. Het braakte vier keer per nacht en poepte vijf á zes maal per nacht dropjes zo groot als een tennisbal. Het wende. Bas werd tevens verkracht door éénentwintig fors geschapen inboorlingen met zeer kleine vuisten. Bas verdiende zijn naam aan de galmende lage tonen die hij voortbracht toen de inboorlingen hun heipalen naar binnen werkten. Ze balden hun vuistjes en zongen in drie prominente kliktalen een lied over de scheurende anus van Paus Jan Peter XII. Dubstep vond zijn oorsprong in de kleine kringspier van Bas, die bij iedere beweging van de inboorlingen vibreerde en danste op de discovloer.
Vers 4 Psalm 1. De HEERE wankelde terug. De vorige avond was zwaar bevallen. Een boomstronk armlengte. In de gedachte zweefde Bas. De HEERE zweeg. Hij zweette. Zijn enkels leken het te begeven. “Een les waardig om voor te sterven”. Vijf monnikken zwegen. Er was angst in de ogen van de HEERE. Zijn naam was niet waar het om ging. Zijn daden spraken voor zich.
Yaweh. Ik ben wie ik ben, en ik neuk de creatie. Mijn penis is mijn pen. Het universum is een constant groeiende gigantische vagina die zijn weerga niet kent. Transpiratie is een spirituele uiting van verlangen. Verlangen naar God. Naar het kapotpompen van Gods ingangen naar het zieletje.
Gods zielige mondje. Het slaat alleen maar klanken. Zijn tong zacht als het bed van een doorgeneukt echtpaar. De sporen van verlangen zijn enkel te vinden in de vochtplekken. De plek waar babies geboren en geboord worden. De machine, de heftige conclusie die men vind in het verlangen. Pompen. De ziekte. Het eind.

Bijlage: Soundtrack Terror Penis

Mr van Bimbelberg-de Vries, 9 March, 2012 at 12:06, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



♪ ↓ ♪ ↓ ♪ ↓ ♪ ↓ ♪ ↓ ♪ ↓ ♪ ↓ ♪ ↓ ♪ ↓ ♪

Mr van Bimbelberg-de Vries, 23 February, 2012 at 20:49, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Zuivere kakbodem zonder dollen

Mr van Bimbelberg-de Vries, 16 February, 2012 at 11:01, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Gieren met Van Dis (deel 1)

Hij heeft vandaag alwéér drie bokken aan zijn ketting. De lichamen van de bokken lijken wel van vrouwen te zijn gemaakt! Ze belichamen een spel vol van verrassingen.

Bok één noemt hij Melissa. Door haar misschapen lichaam hikt ze over de drempel van elke straatsteen.

Bok twee is gedoopt tot Willem Frederik Hermans. Hij gaapt in de eeuwigheid met zijn zeven symmetrisch gepositioneerde kaken.

Bok drie deed hem denken aan een odysee die hij ooit trachtte te maken. Met zijn Saab cabrio was hij vertrokken naar België, nog voor de zon op was. Omgeven door het prille ochtendgloren was hij bij de grens aangekomen. Toen hij moest stoppen bij de douane deed hij de kap omlaag. De frisse ochtendwind brieste zelfvoldaan door zijn nekharen. De douanier die in zijn paspoort keek deed hem denken aan een man die hij de voorgaande avond in het café had gesproken en zich had voorgesteld als nonkol Fons. Bij het woord nonkel dwaalde zijn gedachten af naar Veerle, een vrouw die hij 3½ jaar geleden in Gent heimelijk had bemind. Een moment dat nooit een goed slot gekregen had.

Verdomd, ja, haar vacht was exact als bok drie. Zo warrig en bemest, alsof door God zelve op de rustdag geschapen. Veerle was een vrouw van weinig woorden en vele klanken. Een zorgeloze zuster die vol medeleven de morfine in Van Dis’ mergbeen spoot. Ze spoot, spoot en spoot. Zoals ze in haar voordagen tevens als fanatiekeling bij de vrijwillige brandweer tekeer ging. Veerle hield überhaupt al van vlammen, maar wanneer deze een groots gevecht aangingen met het vloeibare element was het feestje in haar hoofd compleet.

Hoe hij haar heeft ontmoet heeft zich later als een lopend vuurtje binnen de gelederen van de vrijwillige brandweer verspreid. Op zijn veertiende klom Van Dis graag ‘s nachts uit het bijkeuken-raam om stiekem vieze dingen te doen. Zo sloop hij eens Madame Tussauds binnen om zijn ringvinger in de derrière van ieder wassen beeld te steken. Op een van deze nachtelijke escapades was Veerle per toeval net in een gevecht op leven en dood betrokken met een rokerige jongedame die tot op het fundament aan het afbranden was. De vrijwillige brandweer was eropuit getrokken en het voor vrat eenieders hielen op. Net voor het moment waarop de achillespezen bijna op het punt van knappen begonnen te staan, hoorde Van Dis, met zijn ringvinger het weke achterste van Lady Di penetrerend en daarbij niet terugdeinzend voor een forse knokkelafdruk, een hoge kreet die weliswaar van een vrouw afkomstig moest zijn, maar toch weinig vrouwelijks had. Dit wond hem op. Hij trok zijn hand meteen terug en liet een gat achter dat beeld van Lady Di wat deed denken aan de prinses na haar fatale ongeluk.

De exotische mix van gemoedstoestanden die Van Dis op dat moment ervaarde is exact hetgene waaraan bok drie diens naam te danken had. Van Dis sprong van de ene kringspier in de andere en, waar hij eerst vuistdiep een wassen prinses onteerde, belandde hij niet kort daarna pardoes in het darmenstelsel van mevrouw Veerle na in een staat van narcose het museum van dode gelijkenissen te ontvluchten. Hij braakte hevig en stikte lichtelijk in zijn eigen kots. Op warme zomerdagen kun je met een beetje geluk nog steeds de geur van maagzuur ruiken in de hal van het museum. Van Dis verliet het gebouw halsoverkop, onheilzame geuren uitademend. Rennend brieste hij nog af en toe een brokje uit. De warme was was deels vloeibaar geworden van het snelle heen en weer bewegen op zijn rechterhand.

Eenmaal buiten gekomen zag hij ze. De beide vrouwen. De uitbrandende belaagde de schoonheid met een vurige gloed. Hij snelde toe, wachte geen moment en zonder ook maar een woord uit te brengen vliedde hij op De Rokende af. Hoe dichterbij hij kwam, hoemeer het naar zwavel begon te ruiken. Hij wilde ingrijpen maar spontaan gaf hij nog eenmaal zijn maaginhoud op. Het laatste wat er nog in zat, zo bleek achteraf. De straal kots raakte de nare grauwe vrouw recht in haar gezicht. Even leek er een sissend geluid hoorbaar. Van Dis zeeg naar de grond maar kwam bij toen zijn hoofd de klinkers raakten. Hij richtte zich op, voelde aan zijn hoofd en keek naar zijn hand. Zijn rechterhand was besmeurd met de resten van de halfgesmolten wassen kont van Ladi Di en bloed. De belager was weg en daar in het zachte avondlicht van de lantaarn stond Veerle.

Veerle was tegen alle verwachtingen in geenszins overdonderd door dit tafareel. In haar jeugdige hoogtijdagen had ze namelijk al een overvloed aan ervaringen met bloed en braaksel opgedaan. Haar ouders geloofden sterk in een eerlijke opvoeding en bloed en braaksel horen nu eenmaal bij het leven. Met een warme melancholiek dacht ze terug aan de dagen waarop haar vader zich als voorbeeldige lichtbaken liet onderdompelen in een bad van bloed, kots en uitwerpselen, die in de maanden daarvoor stikje bij beetje geprepareerd was. Voorbeeld doet volgen, derhalve was de toen zesjarige Veerle al snel als een vis in het water.

è

Mr van Bimbelberg-de Vries, 11 February, 2012 at 11:55, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



« Voorgaande berichten
» Volgende berichten