Tubahelden
. Weten wij wel wat een tuba is?

DCHL



Mr van Bimbelberg-de Vries, 12 June, 2012 at 21:41, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Bericht Zonder Naam



Mr van Bimbelberg-de Vries, 26 May, 2012 at 11:27, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Verzamelde werken 1924-2011

Archivering van de eerste twee perioden, toen we nog kleine knaapjes waren.

Bram Bram Bram Braam de Gelukkige
P1
P2

Da Da Daniël de Rots
P1 (1, 2, 3, 4)
P2 (1, 2, 3)

Zoon Sonny Zomerzon
P1 (1, 2, 3, 4)
P2 (1, 2, 3, 4)

Mr van Bimbelberg-de Vries, 16 April, 2012 at 13:16, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Joepie ik ben vader

Mr van Bimbelberg-de Vries, 29 March, 2012 at 20:53, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



Van Dis in Berlijn (2/2)

In zijn nachtrust droomde Van Dis dat de kieren van zijn geest aan het splijten waren. Zijn hersenpan barstte open en er luidde een gong. Vervolgens trad er uit de duisternis een beest naar voren wiens hoofd evenveel weg had van een paard als van een schaap. Op de plek waar je bij de meeste dieren een mond kunt verwachten rees een grootse penis op die zowel hard als zacht was. Met zijn beperkte kennis van biologie stelde Van Dis vast dat het geen ordinaire penis betrof. Aan de randen van de schacht, daar waar het orgaan uit het gezicht rees, bevonden zich schaamlippen met een omvang die Van Dis versteld deed staan. En waar bij iedere andere penis een fraaie eikel het geslachtsdeel kroonde had dit beest een vagina op deze prominente plek. Van Dis begreep dat deze unieke penisvariant op de mond een ‘vagina-dop’ heette, al wist hij niet waar deze kennis vandaan kwam. Het was een aangename droom en Van Dis voelde zich op zijn gemak. De vagina-dop bungelde heen en weer als een ontroerde en beschonken bruid op de gelukkigste dag van haar leven, tot de ochtend viel.

Toen hij ontwaakte was Van Dis omringd door lijken. Vijf stoffelijke overschotten telde hij. Hij peinsde kortstondig over de herkomst van deze lichamen. Is dit mijn doen? Zo dacht hij bij zichzelf, om vervolgens de schouders op te halen en zijn morgen te hervatten.

Voor de verandering besloot Van Dis om zijn ontbijt te nuttigen in de Fernsehturm, beter bekend als de grootste penis van Duitsland. Van Dis bestreed deze koosnaam overigens, aangezien hij in de zomer van 1988 in Düsseldorf een vele malen grotere lul had ontmoet genaamd professor Sperna. Sperna runde een lucratieve winkel die voornamelijk in tweedehands vagina’s handelde en Van Dis had in een Düsseldorfse bruine kroeg opgevangen hoe professor Sperna aan al zijn tweedehandse ruilwaren kwam. Van Dis zat naast hem aan de bar toen Sperna aan het pochen was over zijn neus voor profitabele zaken. Hij vertelde hem hoe de Düsseldorfse maffia aftakkingen had in heel Europa die ‘s nachts bij hermafrodieten inbraken, de slaapkamer inslopen en de vagina’s kaapten. Vervolgens waste Sperna deze vagina’s wit en via enkele mazen in de wet mocht je ze dan verkopen, zolang er maar bij vermeld werd dat het tweedehands waren betrof. Van Dis was toen hij dit hoorde uit zijn slof geschoten en had met een woedende tirade getracht op Sperna geestelijk kort en klein te slaan. ‘Dat kun je toch niet maken!’ vloekte hij, ‘Wat als de hermafrodieten die vagina’s later zelf nog nodig hebben?’ Van Dis was altijd al jaloers geweest op hermafrodieten, omdat hij dolgraag zichzelf wel eens zou willen bevruchten. Sperna runt tot op de dag van vandaag zijn louche zaakje en Van Dis twijfelde er geen moment aan dat hij een grotere lul was dan de Fernsehturm.

Van Dis at een smakelijke hap in het topje van de berlijnse penis en zag in de schuim van zijn koffie Valerie, een bijna gepensioneerde hoer die Van Dis graag mocht, met haar kontje heen en weer schudden. Valerie hield nog opmerkelijk veel vocht vast voor haar leeftijd en iedere nacht die je met haar doorbracht was dan ook een speelse boel. Neuken. Nat. Anaal. Valerie. Van Dis had de boodschap begrepen en ging, na zijn ober Rudi een tip te geven, op weg naar de Neue Nationalgalerie.

Op weg naar zijn bestemming werd Van Dis aangesproken door een beeldschone jongedame die enkel in kliktalen converseerde. Ze wees driftig naar een papiertje dat ze in haar kleffe handen klampte en klikte een eind af. Van Dis begreep direct dat het om geld ging. Hij had in zijn jeugd eens een kliktalenstudie gevolgd. Alhoewel zijn kennis niet toereikend was om volledige zinnen te verstaan kon hij aan de hand van de klemtonen die de dame in haar geklik legde duidelijk het kliktaalse equivalent van ‘poen poen’ verstaan. Toen hij haar half verschrompelde papiertje las kreeg hij gelijk. Er werd geld ingezameld om doof-stomme mensen die zich enkel in kliktalen konden uiten te rehabiliteren. 30% van het ingezamelde geld zou naar de opleiding van doofstomme-geleide honden gaan die wél konden praten en luisteren. Van Dis begreep hier niets van. Het leek hem juist een zegening om klikkend en klakkend door het leven te huppelen. Hij greep naar zijn portemonnee om een symbolische 5 cent te doneren voor het goede doel. Tot zijn schrik ontdekte hij dat hij enkel over een biljet van 50 euro beschikte. Eenmaal zijn beurs getrokken hebbende was hij te laf om de smekende klikjes van de jongedame te negeren en hij overhandigde verslagen zijn ‘poen poen’. Hij ging even in foetushouding op de stoep liggen om daarna zijn pad richting de Neue Nationalgalerie te hervatten.

In het museum schuifelden vele Duitse mensenwezens langs vele kunstobjecten van gevarieerde herkomst. Van Dis was meer geïnteresseerd in de Duitse mensenwezens dan in de kunstobjecten. De bewoners van Duitsland. Wie zijn zij? Hoe leven zij? Wat denken zij? Hoe eten zij? Zo dacht Van Dis bij zichzelf. In een poging zichzelf in te leven besloot Van Dis om zichzelf moedwillig onder te kotsen. Hij vingerde zijn keeltje tot de maaginhoud uit het lichaam gestuwd werd en hij voelde zich direct al wat Duitser. De Duitse mensenwezens schuifelden om hem heen en zochten nu en dan verward naar een bijpassend hoofdstuk op hun audiocassette-rondleiding.

Toen hij het museum verliet ontdekte Van Dis een spoor van biertjes op de grond. Om die tien meter stond een borrel, die hij met plezier achterover werkte. Na 47 biertjes kwam deze spoortocht tot een einde en had Van Dis het doel, dat een jazzcafé bleek te zijn, bereikt. In de kelder van het café hing een gezellige sfeer. Er improviseerde een band, wiens leden apart genomen allemaal uitstekend als kunstobject in de Neue Nationalgalerie hadden kunnen fungeren. De pianist was duidelijk een impressionist met een hele grove toets. De trompettist streelde, likte en liefkoosde zijn instrument tussen solo’s door en de drummer had houten benen die hij bij ieder crescendo met veel overgave tegen zijn hoofd schopte.Van Dis had speciaal voor zo’n soort situatie een judoka-kwartet aangeschaft. Hij schudde de kaarten en begon met zichzelf te spelen. Nadat hij drie keer gewonnen en drie keer verloren had kwam er een stinkende Duitse rozenverkoper naast hem zitten die bonje met zijn vrouw had gekregen. Van Dis raadde hem aan om een bloemetje voor haar te kopen en vertrok kort hierna richting hotel.

Op weg huiswaarts kwam hij een affiche tegen voor een feestje getiteld ‘Jong + Wild’. Omdat hij zich jong en wild voelde besloot Van Dis om de affiche met een omvang van vier bij drie meten van de muur af te snokken en ter plekke op te eten. Het smaakte uitzonderlijk saai voor een ‘Jong + Wild’ affiche. De hotelkamer bleek eveneens in een uitzonderlijk saaie staat te verkeren. Alles was spik en span, alsof de lijken van de voorgaande ochtend er nooit geweest waren.

Van Dis droomde over Valerie die voorover bukte in de gezamenlijke doucheruimte en hem in haar donkere rookhol liet duiken. In het rookhol ontvouwden zich vele taferelen. Van Dis zag een praatgroep voor lelijke lesbiennes, hij zag hoe een schapenhoef het keeltje van een huilende baby doorboorde en hij zag een hoop japanners in tweedehands bontjassen rondlopen. Al met al vond hij dit maar een goedkope opsomming van indrukken. Hij was dan ook blij toen hij wakker werd, al werd de stemming iets bedrukt door de vijf lijken die wederom zijn hotelkamer versierden. Van Dis stootte zich geen tweede maal aan dezelfde steen en peinsde er niet eens over of dit zijn doen was.

Hij kleedde zich aan en stropte zijn favoriete varkens-stropdas om de nek. Hij had vele dierlijke dassen, vele dassen met varkens zelfs, maar dit was de absolute koning der stropdassen. Op deze das waren maar liefst vijf varkens afgebeeld in een kleurrijke variëteit aan verleidelijke poses. Het weerspiegelt de aard van de mens, zo dacht Van Dis, en daarom is het alleen maar redelijk dat de mensen die mij aanstaren met een reflectie van zichzelf worden geconfronteerd.

Toen hij zich bij het gezamenlijke ontbijt in de bar vervoegde zag hij een koninklijk paar dat klaarblijkelijk in het hotel logeerde op edele wijze appelsap drinken. Nel schuifelde op beleefde afstand om het koningskoppel heen. Ze nam zoveel mogelijk kiekjes met met haar Canon RC-701 en was haar half afgemaakte Zweedse kruiswoordpuzzel compleet vergeten. Het edele paar trok zich niets aan van Nel. Ze droegen beiden een rode koningsmantel met gouden zoom. Hun haar was grijs als as, net als hun gezichtsuitdrukkingen. De twee leken zo erg op elkaar dat het moeilijk was om de koning van de koningin te onderscheiden, al kwam Van Dis er bij nadere observatie achter dat de koningin iets kleiner en iets spraakzamer was. Af en toe kon je haar horen piepen ‘Dieser Apfelsaft ist verschmutzt. Verkäckt!’ en dan gooide ze haar drankje op de vloer. ‘Tötete den Täter. Tötet die verantwortlichen und dump ihre Leichen.’ piepte ze dan. Van Dis besloot om de rest van de dag het blauwe bloed te schaduwen. Hij was erg benieuwd of personen van adel ook poepen, net als mensen, en vastberaden om hier achter te komen.

Nadat het koppel genoeg appelsap in het bloed gepompt had volgde Van Dis hen naar een bushalte. Eenmaal in een bus gestapt begon de koningin uit volle borst Bob Dylans volledige repertoire te zingen. Die beste man heeft een omvangrijke discografie en Van Dis was dan ook blij dat het koninklijke paar uitstapte voordat de koningin Dylans kerstplaat ‘Christmas in the Heart’ bereikte.

De bestemming van het paar was de Alte Nationalgalerie. Hier schuifelden vele Duitse mensenwezens langs vele Duitse kunstobjecten. Er waren kunstobjecten uit het classicisme en de romantiek, maar er was eveneens een actuele tentoonstelling over de Baader Meinhof werken van Gerhard Richter. Bij de klassieke werken zaten kleine Duitse kinderwezens in kleermakerszit in een kringetje. Ze zongen saampjes een vrolijk liedje dat Van Dis niet kon verstaan. Het deuntje ging waarschijnlijk, gezien de kunstobjecten aan de muur, over hoe Lots dochters hem dronken voerden en omstebeurten zijn penis in bruikleen namen. Bij de Baader Meinhof tentoonstelling schuifelden zeer oude Duitse mensenwezens met enige moeite en de hulp van hun rollators langs de magnifieke kunstobjecten. Van Dis vond deze verdeling van Duitse mensenwezens maar een malle boel. Nieuwe kunst is voor nieuwe mensen en oude kunst is voor oude mensen, dacht hij.

Nu stond al zijn vergaarde kennis over de Duitse mensenwezens op losse schroeven en legde Van Dis zich er bedroefd bij neer: De bewoners van Duitsland. Wie zijn zij? Hoe leven zij? Wat denken zij? Hoe eten zij? Ik denk niet dat ik er ooit achter zal komen. Van Dis was tot zijn spijt gedurende deze openbaring het koningskoppel uit het oog verloren en had ze nog steeds niet zien poepen. Hij moest ook op dit punt zichzelf gewonnen geven. Zouden mensen van adel echt poepen? Ik denk niet dat ik er ooit achter zal komen.

Mr van Bimbelberg-de Vries, 25 March, 2012 at 16:45, onder de noemer van Gebruikelijke gekkigheid. (permalink/RSS)



« Voorgaande berichten
» Volgende berichten